New publication: “It’s the Conversation, Stupid!” – Social Media Systems Design for Open Innovation Communities

130114_open innovation conversations

My joint book chapter with Mark Aakhus, “It’s the Conversation, Stupid!” Social Media Systems Design for Open Innovation Communities was just published in J.E. Lundström et al. (eds.), Managing Open Innovation Technologies, Springer, Berlin. ISBN 978-3-642-31649-4.

Abstract

Open innovation is about crossing boundaries to create networked synergies in/across collaborative communities. Conversations are the lifeblood of communities, building the common ground of shared meanings, beliefs, interests, norms, goals, trust and social capital. A fundamental challenge for open innovation lies in the successful crafting of the social media systems supporting the community conversations. Innovation communities (which are not limited to business interests but also include public and civic organizations and communities) therefore need to continuously make sense of the conversation context of the tools they use. We provide a conceptual lens with which to examine this socio-technical conversation context. We illustrate the use of this lens with a plausible scenario of open innovation in the societal stakeholder networks around climate change research.

De Tilburgse Spoorzone als “Laboratorium voor de Maatschappij van de Toekomst”

De Tilburgse Spoorzone (zie ook Co-Creatie Kerngebied Spoorzone, De:WerkplaatsSpoorzone site Brabants Dagblad en de Spoorzone Facebook groep) staat in het centrum van de belangstelling. Ruim 2,5 kilometer lang met een oppervlakte van 75 hectare ligt deze voormalige NS werkplaats bijna volledig braak, maar met een geweldige potentie in deze stad van creatievelingen, makers, doeners en denkers.

Spoorzone Tilburg

Het is de bedoeling dat de Spoorzone een “Kennis Plus Profiel” gaat krijgen.  Om dit in te vullen wordt onder meer gedacht aan het realiseren van een bibliotheek van de toekomst, een leer- en kennisomgeving en een “social innovation kenniscampus”. O.a. Fontys Hogescholen, Tilburg University en TiasNimbas worden hierbij betrokken. Fontys heeft onlangs bekend gemaakt over te gaan met haar opleidingen Creative Industries en Journalistiek, op weg naar een “campus 3.0″. Maar ook cultuur ontbreekt niet in deze mix, zo is als voorhoede de Hall of Fame sinds kort in dit gebied gehuisvest en wordt het gerenoveerde Deprez-gebouw al geruime tijd gebruikt als huisvesting voor maatschappelijke organisaties en voor het organiseren van allerlei presentaties, debatten en manifestaties. Koppel hier nog allerlei toekomstige bedrijvigheid van creatieve en  andere ondernemers aan en er is sprake van een uniek gebied dat op allerlei manieren kan gaan bruisen.

Hoewel de potentie enorm is, is de verwarring dat ook. Zoveel betrokkenen, zoveel belangen, zoveel mogelijke invullingen, zoveel tekorten… Hoe zo’n enorm gebied in te richten, zodanig dat het recht doet aan de diversiteit van alle belanghebbenden, maar dat er tegelijkertijd de verbinding tussen zoveel mogelijk bewoners wordt gelegd? Wat is de “eenheid in verscheidenheid”, wat is het “grote verhaal” dat verteld kan worden over dit gebied? Een verhaal wat Tilburg op de kaart zet, niet alleen provinciaal of nationaal, maar internationaal? Een verbindend idee dat ervoor zorgt dat mensen naar Tilburg willen komen om dit gebied met eigen ogen te zien en te beleven, maar ook om mee te doen, of in de taal van vandaag de dag, de Spoorzone te helpen “co-creëren”?

Vorig jaar vond er in Noord-Brabant een bijzonder interessante exercitie plaats, georganiseerd door BrabantBrein, om zoveel mogelijk concrete ideeën te verzamelen om te komen tot een letterlijk betere samenleving. In de hele provincie werden bijeenkomsten georganiseerd, waarin door een groot aantal teams ideeën werden gegenereerd, gepresenteerd, geselecteerd en steeds verder verfijnd. Een van de geselecteerde ideëen betrof het beschouwen van Noord-Brabant als laboratorium van de “Maatschappij van de Toekomst”:

Noord-Brabant als laboratorium van de “Maatschappij van de Toekomst” waarin volop wordt geëxperimenteerd met oplossingen voor complexe, organisatie-overstijgende problemen als vergrijzing, milieuvervuiling, integratie enz. Brabant heeft hiervoor uitstekende “faciliteiten”: een groot aantal verschillende stakeholders met veel verschillende expertise, een zeer gevarieerde economie, een informele cultuur, bereidheid tot samenwerken, enz. Geleerde lessen zouden vervolgens als voorbeeld kunnen dienen voor andere provincies en regio’s in Europa.

Ooit stond het “Huis van de Toekomst” in Rosmalen. Tilburg ligt in het hart van Midden-Brabant. De Spoorzone ligt in het centrum van Tilburg. Wat nu als we de Spoorzone (als “hart van het Hart van Brabant”) maken tot het provinciale “laboratorium voor de Maatschappij van de Toekomst”? Het betreft hier een speciaal soort laboratorium: een “living lab”. Een living lab is een ecosysteem van de private en de publieke sector, waarin het leggen van verbindingen en het aanjagen van innovatie centraal staat. Zo’n living lab gedachte sluit ook uitstekend aan op “social innovation” als het centrale thema van de regio Midden-Brabant, zoals deze reeds uitvoerig gestalte krijgt in het samenwerkingsverband Midpoint Brabant.

Vanuit deze gedachte bezien wordt de Spoorzone een enorm spannend ecosysteem van innovaties waar bedrijfsleven, overheid, onderwijs, culturele instellingen, creatieve ondernemers en burgers samen laten zien hoe onze maatschappij er over zoveel jaar uit zou kunnen en moeten zien. Technische en sociale innovaties, nieuwe kunst-, cultuur-, onderwijs- en onderzoeksconcepten, maatschappelijke scenario’s, een uitdijend web van steeds veranderende  en met elkaar verbonden ideëen waarmee de maatschappij van de toekomst wordt vormgegeven. Allerlei kruisbestuivingen van goede ideëen die plaatsvinden in gebouwen en installaties maar vooral ook door middel van nieuwe media, presentaties en debatten, workshops en conferenties, onderzoeksprojecten,  samenwerkingsverbanden tussen de meest onwaarschijnlijke partners, netwerken van overlappende communities…

Enkele voorbeelden van hoe die kruisbestuivingen eruit zouden kunnen zien:

  • Grote zorginstellingen als De Wever laten (samen met grote verzekeraars als Interpolis of CZ) in een tentoonstellingszaal zien hoe mantelzorgers en professionals om zouden kunnen gaan met mensen met dementie in de Dementie Experience. Ernaast wordt een congres voor verzekeraars en zorgverleners uit heel Europa gehouden in de Koepelhal over hoe deze innovatieve aanpakken een bijdrage zouden kunnen leveren aan het verbeteren van de levenskwaliteit en het terugdringen van de zorgkosten.
  • Studenten Journalistiek van Fontys werken samen met uitgeverijen als Zwijsen o.a. op basis van toekomstscenario’s van het Tilburg Social Innovation Lab aan het vertellen van het “Maatschappij van de Toekomst” verhaal in een digital storytelling project. In dit project worden allerlei crossmediale vormen uitgewerkt, o.a. bestaande uit een groot aantal installaties verspreid over het hele Spoorzone terrein, maar ook met digitale koppelingen naar gerelateerde projecten en discussiefora over de hele wereld. De “buzz” die daardoor ontstaat trekt weer allerlei bezoekers van heinde en verre naar het gebied.
  • Het Science Centre werkt samen met de Bibliotheek van de Toekomst en het Wetenschapsknooppunt Tilburg aan het ontwikkelen van digitale en fysieke leerlijnen om kinderen van de basisschoolleeftijd al te enthousiasmeren voor de wetenschap. Via een online “kinderkennisbank” bereiden kinderen uit de hele regio en zelfs de rest van het land zich voor op een lesthema om dan met het openbaar vervoer af te reizen naar de Spoorzone. Hier zien ze een hele dag wetenschap & techniek in actie in een “Exploratorium“-achtige setting in verschillende gebouwen in de Spoorzone.
  • Een consortium van bedrijven, kennisinstellingen en overheden, omgeven door een web van culturele instellingen en creatieve ZZP-ers gaan met elkaar een langdurig samenwerkingsverband aan om te komen tot een nationaal Master Plan om de vergrijzing in 2040 het hoofd te bieden. Het Master plan bestaat uit creatieve interpretaties van wat de effecten van vergrijzing op het dagelijks leven zullen zijn, maar ook ideëen voor heel praktische zorgproducten, voorstellen voor nieuwe zorgprocessen en innovatieve financieringsmodellen. Elk van deze partijen heeft een “ambassade” in de Spoorzone, variërend van een heel gebouw voor de grote organisaties tot een kamer in een verzamelgebouw voor een “community van senioren” die als ervaringsdeskundigen mee willen denken over wat er nodig is. Een vleugel van een van de (functioneel gerenoveerde) karakteristieke NS-gebouwen wordt door Seats2Meet ingericht als permanente “kruisbestuivingsruimte” waarin prototypes worden getoond, vergaderingen en presentaties worden gehouden en de vertegenwoordigers van alle betrokken partijen elkaar voortdurend op allerlei verrassende, inspirerende en informele wijze tegenkomen.

In ons recent verschenen artikel  “De openbare bibliotheek als stadslab” schetsen Emmeken van der Heijden en ikzelf een scenario voor hoe de bibliotheek van de toekomst eruit zou kunnen zien door het leggen van allerlei slimme verbindingen tussen de fysieke en online wereld. Cruciaal hierbij is dat in eerste instantie gekeken moet worden naar gewenste functies, verbindingen en interacties tussen allerlei (on)mogelijke partijen, samen met die partijen, voordat er geïnvesteerd wordt in fysieke infrastructuur. Voor de Spoorzone als geheel geldt dat zo mogelijk nog meer. Keuzes die nu gemaakt worden bepalen het innovatieve DNA van het gebied voor vele toekomstige generaties. Wordt de Spoorzone een gebied als zoveel andere kwakkelende stedelijke zones, met veel schitterende (en dure) gebouwen, maar veel te weinig leven en “vibe”? Of durven we echt hier met zijn allen samen iets neer te zetten wat Tilburg op de kaart zet bij de provincie, het land en Europa?

Natuurlijk moeten de enorme investeringen gedaan in de aankoop van de Spoorzone worden terugverdiend, zeker gezien de zware financiële tijden die de stad nu doormaakt. Het een hoeft het ander echter niet uit te sluiten. Een simpele voetgangerstunnel onder het station moet als “deur naar het gebied” zo spoedig mogelijk en tegen geringe kosten kunnen worden aangelegd. Veel bestaande gebouwen kunnen op sobere wijze worden gerenoveerd, zodat deze voldoen aan minimale functionele en veiligheidseisen.  Als ze zich nieuwbouw (nog) niet kunnen veroorloven, kunnen speciale contractvormen mogelijke bewoners (van ZZP-ers tot grote organisaties) aantrekken om in die gebouwen een tijdelijke “innovatie-ambassade” te openen. Op deze manier begint ongebruikt terrein al op korte termijn inkomsten te genereren voor de gemeente en kunnen de pioniers per direct beginnen het living lab ecosysteem te ontwikkelen. Tevens wordt zo tijd gewonnen om tot goed afgewogen plannen te komen in een transparent proces van consultatie, samen met huidige en toekomstige belanghebbenden en bewoners van het gebied, met projectontwikkelaars en gemeente, met mee- en tegendenkers, offline en online.

Tilburg heeft zichzelf al vele malen opnieuw uitgevonden. We hebben nu nog de  kans om iets groots te realiseren. Laten we die kans grijpen.

PS: Oorspronkelijk heette deze blog “De Tilburgse Spoorzone als “Living Lab voor de Maatschappij van de Toekomst”. “Living lab” is echter jargon dat gebruikt kan (en moet) worden in beleidsstukken, omdat het een specifiek soort (sociaal-maatschappelijk i.p.v. een technisch) laboratorium betreft. Om het idee duidelijk te maken aan de gemiddelde leek, is het naar mijn mening beter om gewoon de term “laboratorium” te gebruiken. Zo kan het verhaal beter verteld worden en blijven hangen.

“It’s the Conversation, Stupid!” – Social media systems design for open innovation communities

On November 5, the Swedish Open Innovation Forum organized a “Managing Open Innovation Technologies” workshop at Uppsala University, to present and discuss state-of-the-art research insights into open innovation & social media and for authors working on an anthology on this topic to get feedback on their draft chapters. It was a very lively meeting, generating lots of ideas for new research. Concluding, it was clear there’s still a very long way to go for social media to realize their full potential in this domain.

At the workshop, I gave a keynote on social media systems design for open innovation communities:

After that, my good friend and co-author Mark Aakhus (Rutgers University, USA), reflected upon what I said.  Mark wasn’t physically present, but participated from his study at his home in New Jersey, 6000 km away. Of course, I have been in many videoconferencing sessions, but normally these are cumbersome events, requiring lots of high tech, special rooms, microphones, cameras and what not. However, this time none of this was needed. All we used was a Mac and Skype. As Mark was presenting, he was displayed larger-than-life on the main screen using the projector:

Mark Aakhus presenting

Reception was crystal clear, he could hear everything being said, even in the back of the room. Things really got weird after he was finished.  The laptop was left on the table, and Mark’s image removed from the screen when other people used it to present their Powerpoints. However, once in a while, suddenly, the laptop started speaking, as Mark commented on something being said. The funny thing was that we all quickly got used to that situation, looking at and talking to a laptop as if it were a human being. Still, sometimes, Mark/the laptop would suddenly make a sound, and the whole flow of the conversation was disrupted, nobody quite sure what to make of it. A very strange and powerful experience of, literally, “extreme computer-mediated communication”!

Dutch Innovation Seminar 2008

On October 9, a beautiful autumn day, I went to the De Baak estate, in the wooded centre of the country to attend the Dutch Innovation Seminar 2008. De Baak is a well-known training institute, established by the largest employers’ organization in the Netherlands. As their site states, it “is the place for leaders, business people and professionals in search of inspiration, motivation, knowledge and insight”. Well, inspiration abounded, plentifully.

The seminar comprised a couple of keynote addresses, as well as a number of workshops, and lots of opportunity to network in a very pleasant atmosphere. The theme of the event was “Pulverizing Borders”, about how the Internet allows all kinds of borders to disappear, borders between people, organizations, supply and demand, and so on.

Interesting to observe were the different foci of innovation approaches of large-scale, corporate organizations like Shell and DSM, and new kids on the block like Nabuur and SellaBand. Shell and DSM are mainly interested in involving the “wisdom of the crowds” as idea generators, but themselves want to keep  close control over their often very complex, long term, and expensive product innovation processes.

Nabuur and SellaBand, on the other hand, act much more as facilitators, delegating substantial control to the users of their site. Nabuur, the “Global Neighbour Network” is an NGO that mediates between villages in developing countries having concrete requests for development assistance, and volunteers, from both North and South, who are able to help address these requests, leading to long-term collaboration and relationship networks. SellaBand facilitates between beginning bands looking for investment capital to produce an album and music lovers who are willing to invest small amounts of money. Once enough money has been raised, each music lover receives a limited edition copy of the album.

An interesting question is whether the “control paradigm” is really necessary for large scale product development, because of, for example, the need to protect intellectual property rights. Or could the new business models being developed by the likes of Nabuur and SellaBand in the longer term be adopted/adapted by their larger, more bureaucratic peers? Innovation of innovation…

Pitching social enterprises at The Hub

Having finished my portal project, I am in Berlin now. As it’s been a very intense project, I really felt the need to “reset my brain” and decided to have a creative breather in Berlin. It’s a great city to visit for such a purpose, and to get inspiration for new R&D ideas. At the end of the week, I will be attending Barcamp Berlin 3.0, more about that later.

To warm up, I attended a nice event organized by Self Hub Berlin yesterday. Such hubs are increasingly being established in cities all over the world as creative places for social entrepreneurs. I already visited The Hub Rotterdam, and was curious to find out how things are done in their Berlin counterpart.

Yesterday’s event was dubbed “Pitching for Inspiration” and allowed a number of new social entrepreneurs to present their visions and solicit feedback from fellow entrepreneurs and other interested members of the audience. Afterwards, there was space and time for informal discussion. There was quite a variety of themes. To give you an idea, presentations included proposals for an institute for intergenerational learning, an academy for developing and realizing visions, a network of experienced entrepreneurs helping new ones, a theatre of young people performing for primary and high school kids showing them how to better deal with conflicts, an organization  that aims to apply “wisdom of the crowds” by allowing many persons to vote on competing project proposals after a bidding period in which the proposers develop and defend their project ideas using blogs, an initiative to use web mashups to show wheelchair-barrier free locations in first Berlin, then Germany, then the world. There was also a presentation of an already established annual contest in which students can develop communications campaigns for non-profit organizations.

Most proposals were still in quite a premature stage, but it was nice to see the variety and enthusiasm with which they were presented. These hubs are all about developing relations, connecting ideas, and releasing energy, and there was plenty of all that around.

It is interesting to see how these hubs are very much place, i.e. city-based, yet at the same time they are part of a growing worldwide network, a “meta Hub”, as one of the participants called it. They remind me very much of Saskia Sassen’s work on the global and the local being necessarily very much intertwined when trying to understand what globalization really means.  In particular, these hubs seem to be a key example of thinking communities, for which providing a good communications infrastructure and location, as well as resolving a wide range of social, professional, and financial constraints is essential for their success.

Meeting The Hub

It’s been a busy time with my projects, too busy to keep up my blog. Of course, that is no excuse as very useful finally-get-into-and-stick-to-that-writing-habit sites  like Write to Done try to tell us all the time. Well, us lesser mortals will have to keep practicing to get more disciplined, I guess.

On August 11, I attended a very inspiring lunch meeting at The Hub Rotterdam. Guest speaker was Maria Glauser, a host and co-director of The Hub London.  We all shared stories about what we do and aspire as the “social entrepreneurs” of the present or near future.  In their own words:

The Hub’s business is social innovation. Our core product is flexible membership of inspirational and highly resourced habitats in the world’s major cities for social innovators to work, meet, learn, connect and realise progressive ideas. The Hub is currently located in London, Bristol, Johannesburg, Berlin, Cairo, Sao Paulo and Rotterdam. Hubs are being started in Amsterdam, Brussels, Halifax, Madrid, Mumbai and Tel Aviv/Jaffa

I particularly like the summary of their essence, as described on The Hub’s main site:

People who see and do things differently

Places for working, meeting, innovating, learning and relaxing

Ideas that might just change the world a little

The Hub is pioneering concepts, methods, and techniques for enlightened social entrepreneurship. They should be watched as a creative catalyst, linking the worlds of high ideals with practical business. Although small in size, their ideas could and should influence more traditional innovation initiatives and networks, so their impact can spread more rapidly. It will therefore be interesting to find out how all these initiatives best connect with and mutually benefit one another.